Wat is het verschil tussen rekenproblemen en dyscalculie?

Er zijn veel kinderen met rekenproblemen. Slechts 3% van de Nederlanders heeft dyscalculie. Wanneer spreek je van rekenproblemen en wanneer van dyscalculie?

Kinderen met rekenproblemen herken je aan de volgende kenmerken:

  • rekenen in een traag tempo
  • gebruiken vaak hun vingers bij het rekenen
  • gebruiken onbegrijpelijke of onhandige rekenstrategieën
  • vergeten geleerde strategieën en passen deze dan verkeerd toe
  • hebben weinig getalinzicht
  • begrijpen niet wat of waarom ze uitrekenen
  • zijn bang om fouten te maken
  • hebben moeite met automatiseren

Rekenproblemen kunnen op dyscalculie wijzen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Ten eerste presteert het kind op rekengebied beduidend minder goed dan op de overige gebieden (zoals taal).

Ten tweede wordt gekeken naar de rekenachterstand: is deze al vroeg in de schoolloopbaan ontstaan en loopt deze, zonder ingrijpen, naar verwachting aan het einde van de basisschool op tot circa 2 jaar?

Ten slotte moet de school aantonen dat deze ‘handelingsverlegen’ is: ondanks alle inspanningen is de rekenachterstand niet opvallend minder geworden.

Bij een dyscalculie-test wordt gekeken of het kind dyscalculie heeft. Bij een uitgebreider dyscalculie-onderzoek wordt tevens gekeken in beeld gebracht op welke wijze het kind het beste begeleid kan worden. Er kan een dyscalculieverklaring uit volgen.

Een dyscalculieverklaring werkt overigens anders dan een dyslexieverklaring. Bij een dyscalculieverklaring heeft het kind geen specifieke rechten; de school bepaalt welke maatregelen voor het kind worden getroffen om het rekenen te faciliteren. Daarbij kan gedacht worden aan: meer tijd geven voor rekentoetsen of het gebruik van een tafelkaart of rekenmachine.